Mijn ervaring op The Madeira Trail: 5 dagen te voet over het mooiste eiland van de Atlantische Oceaan

Reisverhalen

Madeira stond al een tijdje op mijn radar. Niet omdat ik er bewust naar op zoek was, maar omdat mijn Instagram er gewoon vol mee zat. Groene kliffen, watervallen, uitzichten die er bijna nep uitzagen. En elke keer dacht ik hetzelfde: hier moet ik ook naartoe.

Voor wie het eiland niet kent: Madeira is een Portugees stipje in de Atlantische Oceaan, dichter bij Afrika dan bij Lissabon. Vulkanisch, groen, en zo verrassend afwisselend dat je je amper kan voorstellen dat het allemaal op één eiland past. Het ene moment sta je op een bergtop boven de wolken, het volgende loop je langs kliffen die loodrecht de oceaan in duiken. En het mooiste? Tussen al die bekende highlights zitten ontelbare verborgen hoekjes waar nauwelijks iemand komt.

Even voorstellen, want ik doe dit niet alleen: ik wandel deze trail samen met mijn vriend. We zijn allebei echte wandelaars, maar we houden ook van comfort. Overdag volop op avontuur, ‘s avonds gewoon in een warm bed ploffen, dat is voor ons de ideale combinatie. Geen tentjes, geen slaapzakken. Wel modder aan de schoenen en een goed glas bij het eten.

Zo belandden we bij The Madeira Trail: een meerdaagse tocht waarbij je van verblijf naar verblijf stapt en zowel de bekende highlights als de stille parels meepikt. En ik verklap het meteen: het stelde niet teleur.

Dag 1: vier seizoenen nog voor de middag

De eerste nacht sliepen we in het hotel dat de trail als optie aanbiedt. Klein detail, groot verschil, want zo sta je ‘s ochtends meteen op de juiste plek voor de shuttle naar het startpunt. Ontbijt naar binnen, en weg waren we.

We vertrokken in de zon en kwamen aan in de motregen. Madeira had zich voorgesteld. Het eiland heeft zoveel microklimaten dat je gerust vier seizoenen op één dag meemaakt. De noordkant is groen en nat, de zuidkant droog en zonnig, en de bergen daartussen maken gewoon hun eigen wolken.

Toevallig was dat grillige weer precies de juiste sfeer voor het Fanal-bos. Stel je voor: oeroude, knoestige laurierbomen, mist die tussen de takken hangt, een beetje regen die zachtjes tikt. Dit bos is honderden jaren oud en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het voelde minder als wandelen en meer als rondlopen in een tekenfilm waar elk moment een elf tevoorschijn kan springen.

Na een halfuurtje lieten we het bos achter ons, en daar wachtte de andere hoofdrolspeler van het eiland al: de trappen. Die hebben op Madeira één ijzeren regel. Geen enkele trede is even hoog. Je benen weten dus nooit wat eraan komt, en tegen het einde van zo’n klim voel je dat. Maar weet je wat? Het maakte niet uit. Er zit iets heerlijk simpels in een dag waarop je enige opdracht is: linkervoet, rechtervoet, herhaal. Geen mails, geen meldingen, alleen jij en het volgende stukje pad.

Tegen de namiddag werd het drukker, het universele teken dat er iets moois aankomt. En jawel: een waterval. Snel een paar foto’s, en dan de laatste rechte lijn naar onze cottage in Rabaçal. Daar stonden een koffie en een pastel de nata te wachten, en die smaken na een dag stappen als een klein wonder. Uitgewandeld waren we trouwens nog niet, want na de pauze trokken we er nog eens op uit naar een tweede waterval. De avond eindigde zoals het hoort: pasta, een wijntje en een babbel met de groep.

Dag 2: wachten op het uitzicht (en dan die beloning)

Dag twee begon zoals dag één: een vleugje regen, een sluier mist. De wandeling bleef er niet minder mooi om. We volgden een rits levada’s, die typische Madeirese waterkanaaltjes met een smal pad ernaast, en spotten onderweg een verrassend aantal vogels. Wandelen langs een levada heeft iets meditatiefs. Het water kabbelt naast je mee, het pad blijft mooi vlak, en je hoofd loopt vanzelf leeg.

De mist hield lang stand. Pas rond een uur of drie begon het op te klaren, en laat dat nu net het moment zijn waarop we bij het mooiste viewpoint van de dag aankwamen. We stonden er, klaar om omvergeblazen te worden, en zagen een grijze muur. Niks. Dus deden we wat elke wandelaar in zo’n situatie doet: gaan zitten en snacks bovenhalen.

En toen, alsof Madeira plots medelijden kreeg, brak de zon door. Eerst een spleetje, dan meer, en dan opeens de hele vallei wijd open, alsof iemand speciaal voor ons het gordijn opentrok. Lesje geleerd: op Madeira loont geduld altijd. Wacht een kwartiertje, en het hele landschap verandert.

Toetje van de dag: twee tunnels, dwars door de berg gehakt in de tijd dat de levada’s werden aangelegd. We wisten op voorhand dat ze eraan kwamen, maar toen we voor de ingang stonden, dachten we toch even: moeten wij daar echt doorheen? Een klein zwart gat in de rotswand, met het water dat er vlak naast liep. Even slikken dus. Hoofdlamp op en de eerste meters de duisternis in, en daarna werd het eigenlijk best leuk. Je hoort alleen het water klateren en het gedempte geluid van je eigen stappen. Eens iets helemaal anders, en precies dat maakt het zo memorabel.

Na 25 kilometer kwamen we aan bij het hotel, met dat heerlijke soort vermoeidheid waar je ‘s avonds tevreden van in slaap valt. En die eerste warme douche na een lange dag stappen? Weinig dat daaraan kan tippen.

Dag 3: naar het dak van Madeira

Vandaag het grote werk: Pico Ruivo, met 1.862 meter het hoogste punt van het eiland. De shuttle zette ons af bij het startpunt, waar de lucht potdicht zat. Dus deden we het enige juiste en bestelden eerst een koffie in een gezellig barretje. En precies op het moment dat ik mijn kopje vastpakte, scheurde de hemel open. Mijn rugzak heeft nog nooit zo snel weer op mijn rug gezeten.

Een klein uurtje later stonden we op de top. Op heldere dagen kijk je van hier tot aan de zee, met bergtoppen die als eilandjes boven een wolkendek uitsteken. Bij ons losten zon en wolken elkaar af als een ploegendienst, maar van een geslaagd uitzicht mochten we zeker spreken.

Daarna kwam mijn favoriete soort pad: de afdaling naar Ilha, waar bijna geen toerist komt. Het ene moment deel je de top met de halve wereld, het volgende loop je zo stil dat je je afvraagt of iedereen het eiland heeft verlaten zonder het je te vertellen. En dat is nu net de magie van deze tocht. We vierden het einde van de afdaling met een poncha en vlees op een stok. Die poncha is de lokale specialiteit: rum, honing, citroen en suiker, met de hand opgeklopt tot iets gevaarlijk lekkers. Madeira’s antwoord op pijnlijke benen. Verdiend, en daarna nog eentje.

Dag 4: van bergtop naar zeezicht

Eindelijk eens wakker worden onder een strakblauwe hemel. Korte broek aan, zonnecrème op de neus, en vertrekken. Even later bereikten we de kust, met de bergen achter ons en de oceaan voor ons. Madeira heeft die rare gave om binnen één wandeling volledig van decor te wisselen, van mistig bergbos naar kliffen boven azuurblauw water.

Het ging zo lekker dat we besloten een extra lus naar een landtong te maken. Of we die lichtjes onderschat hadden? Ja, absoluut. Maar beneden aangekomen was elke gevloekte meter meteen vergeten. Voor de laatste 500 hoogtemeters zetten we de muziek op en dansten we zowat naar boven. De beloning: een kamer met zeezicht en een jacuzzi. Ik heb mijn voeten zelden zo tevreden onder een tafel geschoven.

Dag 5: aankomen in Machico (en nog niet gedaan)

De tijd vliegt op The Madeira Trail. Voor je het weet sta je aan je laatste wandeldag, alweer een stralende dag langs de kust. Dit was een bekender stuk, dus er liepen meer mensen rond, maar met de zon op je snoet kan niemand je iets maken. De kilometers smolten weg en plots stonden we in Machico, einde van de rit. Te vieren met een ijsje op het strand, uiteraard.

De trail zat er officieel op, maar mijn benen vonden van niet. We hadden nog een extra dag, en ranger Natacha tipte ons Pico Grande. Pittig, maar met zicht op Pico Ruivo. Een laatste keer flink afzien, met een uitzicht als beloning. Precies zoals het moest eindigen.

Zo werkt het: self-guided, maar nooit alleen

Wat The Madeira Trail fijn maakt, is dat de trail self-guided is. Geen gids die voorop loopt en de tijd in de gaten houdt, geen schema dat je opjaagt. Jij beslist over je tempo, je pauzes en hoe vaak je stopt om diezelfde berg voor de tiende keer te fotograferen. En toch sta je er nooit alleen voor: er is af en toe bagagetransport naar het volgende verblijf, de route zit uitgestippeld, en de ranger is altijd bereikbaar voor vragen of als er iets misloopt. Vrijheid zonder het stresserende kantje.

We waren met tien op pad, een mix van talen en leeftijden. Je deelt dezelfde paden, dezelfde mist en dezelfde idiote vreugde wanneer de zon eindelijk doorbreekt. Dat smeedt een band.

Waarom jij deze trail ook wil lopen

Madeira is gemaakt om te bewandelen. De bloemen, de bergen, de zee: voor mij zat alles erin. Onderweg raakten we aan de praat met een paar mensen die het eiland met de auto deden. Hun grote ergernis? Je kan er nauwelijks lussen lopen, dus met de wagen keer je telkens over hetzelfde stuk terug. Daar had ik vooraf niet eens bij stilgestaan. Maar dat is precies de troef van The Madeira Trail: je wandelt nooit twee keer hetzelfde pad. Elke dag begint waar de vorige stopte, en zo zie je het eiland langzaam onder je voeten veranderen.

En nee, ik ga niet liegen. Het was pittiger dan ik dacht. De hoogtemeters en die gemene ongelijke trappen voel je op een gegeven moment tot in je tenen. Maar wat je ervoor terugkrijgt, weegt daar met gemak tegenop: wandelen boven de wolken, een vallei die zich net op het juiste moment opent, een poncha die smaakt naar overwinning. En het beste van al: je verdient elk uitzicht met je eigen benen. Dat maakt het dubbel zo mooi. Voor wie is dit? Voor iedereen die graag stapt, niet wegloopt voor een stevige klim en het eiland echt wil zien: traag, te voet, van dichtbij. Je hoeft geen berggeit te zijn, een conditie en goede zin volstaan. Twijfel je of je het wel aankan? Die twijfel had ik ook, en achteraf bleek ze compleet onterecht. Ik kwam thuis met pijnlijke benen, een kop vol mooie beelden en vooral de zin om meteen de volgende trail te boeken.

Dus. Haal die wandelschoenen maar alvast uit de kast, want Madeira staat te wachten.

Veelgestelde vragen over The Madeira Trail

Hoeveel dagen duurt The Madeira Trail?

The classic trek lasts five hiking days, where you walk from accommodation to accommodation and discover a different part of the island each time. Many hikers, myself included, plan an extra day to do something like Pico Grande or just to relax by the coast.

Hoe zwaar is wandelen op Madeira?

Reken op een stevige uitdaging, maar geen onmogelijke. De afstanden lopen op tot zo’n 25 kilometer per dag en er zit flink wat hoogteverschil in. De beruchte trappen met ongelijke treden vragen wat van je benen. Met een goede conditie en zin om te stappen kom je er prima door. Je bepaalt zelf je tempo, dus je hoeft nooit te haasten.

What is the best season to hike in Madeira?

Madeira wordt niet voor niets het eiland van de eeuwige lente genoemd. Je kunt er het hele jaar door wandelen. Lente en herfst zijn ideaal qua temperatuur, de zomer is warmer en drukker, en zelfs in de winter blijft het mild. Hou er wel rekening mee dat het weer in de bergen altijd kan omslaan, ongeacht het seizoen.

What does self-guided mean exactly?

Zelfstandig wandelen betekent dat je zonder gids loopt, maar niet zonder ondersteuning. Je route is uitgestippeld, je bagage wordt af en toe naar de volgende accommodatie gebracht, en er is een ranger bereikbaar voor vragen of noodgevallen. Zo combineer je de vrijheid van zelfstandig wandelen met de zekerheid dat er altijd iemand achter de schermen meekijkt.

Waarom een trail in plaats van zelf rondrijden met de auto?

Because you almost always have to return over the same stretch by car in Madeira, as loops are rare. On a continuous trail, you never walk the same path twice and you experience both the well-known highlights and the spots that hardly any tourists visit. You see the island as it is meant to be seen: slowly and up close.

Popup inhoud